Nieuw watertarief kan minima treffen

Binnenlands Bestuur, november 2004

Als alle bestaande waterheffingen opgaan in één verbruiksafhankelijk ‘waterketentarief’, zoals het kabinet heeft voorgesteld, kan dat individuele huishoudens in sommige gemeenten honderden euro’s per jaar kosten. Dat concluderen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen in een rapport.

PETER J. VERMIJ

Vooral gemeenten die nu vaste riool- of reinigingsrechten kennen, moeten rekening houden met forse lastenverzwaringen voor individuele burgers, aldus het rapport -- zeker wanneer het nieuwe waterketentarief sterk afhankelijk wordt gemaakt van het waterverbruik. Huishoudens met vijf of meer personen, die wonen in een huurhuis met huursubsidie, zouden in veel gemeenten honderden euro’s inleveren, met uitschieters tot boven de 500 euro per jaar.

In het rapport, getiteld ‘Gevolgen invoering waterketentarief voor de lastenontwikkeling van huishoudens’, berekenen economen van het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO), onderdeel van de Groningse universiteit, het effect van de invoering van waterketentarieven voor elke Nederlandse gemeente. Ze gaan er daarbij vanuit dat de lokale kosten van waterproductie, -afvoer en -zuivering gelijk blijven, maar dat de wijze van doorberekening landelijk zou worden gehomogeniseerd.

Nu gebruiken gemeenten nog zeer verschillende inkomstenbronnen, zoals riool- en zuiveringsheffingen die al of niet gedifferentieerd naar omvang van het huishouden worden berekend. In veel gemeenten wordt een deel van de rioleringskosten bovendien uit de algemene middelen betaald of worden, naast gebruikers, ook huiseigenaren voor een belangrijk deel aangeslagen. Kwijtscheldingsregelingen ontzien soms de laagste inkomensgroepen.

Invoering van een uniform waterketentarief, zegt COELO-beleidsonderzoeker Corine Hoeben, zou in principe drie belangrijke verschuivingen op gang brengen: van onroerende-zaakbelasting (OZB) naar waterheffing, van heffingen op eigenaren naar heffingen op gebruikers, en van kosten voor kleingebruikers naar kosten voor grootverbruikers. Omdat de uitgangssituatie in elke gemeente anders is, en bovendien nog onduidelijk is hoe groot de vastrecht-component van het nieuwe waterketentarief zou zijn, kunnen de gevolgen voor individuele burgers sterk variëren.

De onderzoekers vestigen speciaal de aandacht op huurders in gemeenten waar eigenaren nu nog een groot deel van de kosten van de waterketen dragen. Nu verrekenen verhuurders hun kosten voor rioolrechten via de huur, die in lage inkomensgroepen via huursubsidie wordt afgetopt. Wanneer verhuurders de afschaffing van eigenaren-heffingen omzetten in huurverlaging, zouden lage inkomensgroepen dat door de aftopping niet merken. Hun waterlasten zouden echter wel flink omhoog gaan. Maatregelen om aan zulke problemen tegemoet te komen, zouden belangrijk zijn, aldus de onderzoekers.

De invoering van een kostendekkend waterketentarief voor gebruikers is nog volop onderwerp van discussie. In februari van dit jaar schaarde het kabinet zich achter het idee, met als overweging dat de bestaande doorberekeningswijzen voor burgers volstrekt ondoorzichtig en onbeïnvloedbaar zijn. Dat wordt alleen maar nijpender als, in de komende decennia, de kosten sterk stijgen wegens vervanging van oude riolen en de aanleg van gescheiden afvoer voor regenwater. Heldere waterketentarieven zouden inningskosten moeten verlagen, de efficiëntie verhogen en de burger het gevoel geven dat hij, door zuinigheid, zijn heffing kan verminderen.

De Tweede Kamer heeft zich tot nu toe sceptisch getoond over een variabel waterketentarief, deels omdat de prijs van water in de praktijk weinig effect zou hebben op het verbruik, deels omdat een groot deel van de kosten samenhangt met de afvoer van regenwater, waarop de verbruiker geen enkele invloed heeft.

© Peter J. Vermij

> Home page